Alle berichten (81)

  • De kapsalon waar ik al jaren kom zit midden in een verbouwing. Het knippen en kappen gaat tijdens de werkzaamheden gewoon door. De kaptafels langs de muur zijn gesloopt. In de plaats daarvoor zijn er nu grote ronde spiegels met een chromen voet en een doorsnede van zeker anderhalve meter geplaatst. Ik zit voor een van die kolossale glasplaten en zie mezelf van schoenen tot grijze kop weerspiegeld. Ook wat er achter me is zie ik in het blinkende glas. Vriescelachtige schuifdeuren. Op die deuren afbeeldingen van uit hun krachten gegroeide orchideeën. Achter die schuifpuien werken een schoonheidsspecialiste, een ontharingsmevrouw en een diëtiste.

    Ik huiver. Het voelt als een opgeleukt mortuarium. Mijn blik gaat naar de afgeknipte haren op de laminaatvloer. ‘Wilt u alstublieft recht voor u kijken,’ vraagt de blondine die me knipt, ‘dat werkt het prettigst.’ In de spiegel zie ik de eigenaar van de kapsalon in gesprek met een klusjesman achter me langslopen. Ook hij onderging een metamorfose, zijn spijkerbroek en casual overhemd liet hij in de kast voor een driedelig boswachtergroen kostuum. Willem. Nu laat hij zich William noemen. Buiten hoog op de gevel hangt een nieuwe lichtbak, WILLIAMS HAIRSTYLING.

    In de spiegel vervagen de in een zwart laken gewikkelde grijskop en de kapster. Het hoofd van mijn tienjarige ik komt te voorschijn. Mijn lijf is verborgen onder een wit laken, bezaaid met donkerblonde haarplukken. Achter me doemt een fors manspersoon op. Zijn ogen twinkelen. Hij heeft zijn haar strak achterover gekamd, het glimt van de brylcreem. Twee reuzenhanden, een tondeuse en een grote kam zweven boven mijn hoofd. Een warm gevoel doorstroomt me. Piet de Kapper. Ooit was hij bij de marine, op latere leeftijd onze dorpsbarbier. Piet knipte en trimde in een moordend tempo, zonder zich om het resultaat te bekommeren. De klanten van Piet de Kapper waren de punkers een kwart eeuw voor. Twee kwartjes kostte een knipbeurt die in nog geen vijf minuten was gepiept. Elk jongetje kreeg nadat hij betaald had een handvol toffies. Maar de grootste attractie waren de Donald Duckjes, die er lagen om de tijd te doden als je moest wachten. Vaak liet ik anderen voor gaan om verder te kunnen lezen.

    ‘Is het niet te kort?’ Ik zit niet meer achter de kaptafel met het marmeren blad en de in een mahoniehouten lijst gevatte spiegel. Mijn haar is weer grijs. Niet Piet maar de kapster houdt een handspiegel achter mijn hoofd. Geen punk maar een gelikt koppie. ‘Nee, hoor, prima zo,’ antwoord ik.

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • De Stalinlaan werd omgedoopt in Vrijheidslaan. Wat doen we met de Witte de Withstraat?
    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • ‘Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.’ Afgelopen weken speelde Jezus antwoord aan degenen die hem vroegen de overspelige Samaritaanse vrouw te veroordelen regelmatig door mijn hoofd.

    Binnen de PvdA waren ze ongeremd stenen aan het gooien naar hun Tweede Kamerlid William Moorlag. In zijn vorige baan, directeur van een sociale werkplaats, stopte hij niet het beleid van zijn voorganger. Het aannemen van mensen met een arbeidshandicap via een uitzendbureau. Dat kwam door de politiek van o.a. de PvdA-minister van sociale zaken: sociale werkplaatsen kregen minder geld. Moorlag moest kiezen uit twee kwaden. Hij koos er voor meer mensen een zinvolle dagbesteding te geven, met als consequentie dat die wel minder verdienden dan als ze een vaste aanstelling zouden krijgen. William Moorlag was niet corrupt, vulde niet zijn eigen zakken, hij was alleen pragmatisch. Zijn grootste zorg was dat meer mensen met een beperking geen zicht op betaald werk hadden. Veel prominente PvdA-leden keurden zijn handelswijze toen goed, nu vinden veel PvdA-ers het om electorale redenen een slechte keuze. Het gênantst vond ik de steen van een Zwolse sociaaldemocratische wethouder, William moest ophoepelen louter en alleen in het belang van de partij. Zij oreerde dat niemand groter is dan de partij. DDR praat: de mens ondergeschikt aan de partij. Inmiddels heeft een interne onderzoekscommissie, de kool en de geit sparende, geconcludeerd dat Moorlag niet hoeft op te stappen. Chapeau voor Moorlag dat hij zijn poot stijf bleef houden in de stenenregen afkomstig van die fetisjistische partij apparatsjiks met kilo’s boter op hun hoofd.

    En dan die arme olympiër Camiel. Hij sloeg zijn vriendin net iets te hard. Misschien had ze verbaal wel het bloed onder zijn nagels vandaan gehaald. Misschien ook niet. Maar slaan mag je nooit. Al is het nog zo begrijpelijk. Slaan kan niet. Ook bij hem suisden de stenen om zijn oren. Vooral van de onbevlekte sportdominees. Toch hadden die wel een punt. De oud-minister had in een heel vroeg stadium de eer aan zichzelf moeten houden door toen al op te stappen. Het was helemaal zijn misstap, ook al is een en ander in de pers opgeblazen, het blijft een beschamende fout. Dan hoor je ook de gevolgen als een man onder ogen te zien. Nog los van het feit dat je de olympische beweging en zelfs het CDA, waar hij een prominent lid van is, in verlegenheid brengt. Dopingzondaars zijn immers ook niet welkom op de spelen. Zeker is ook dat de toon van sommige criticasters, die alleen maar roddelkoning Evert Santegoeds napapegaaiden, net zo pedant en dom was als Eurlings vasthouden aan zijn slachtofferrol en baantje.

    Ook Boef (of moet ik Boefje zeggen?). Een regen van stenen kreeg hij over zich heen. Meisjes die niet van achter het aanrecht kwamen maar aan het stappen waren pikten de rapper met autopech, na een telefoontje, langs de snelweg op. Als dank noemde het miljonairtje hen kechs. Hoeren dus. Volgens heel wat jongeren niks aan de hand, gewoon straattaal, kech is het Arabische woord voor hoer, maar op straat is het de benaming voor een ‘modern meisje’. Zou Boefje echt vinden dat vrouwen op de achtergrond moeten blijven en leven als keurige aan de man onderdanige wezentjes? Volgens mij lopen er in zijn omgeving wel meer dan één  zogenaamde kechs. Stenen gooien naar Boefje oogt hypocriet, wat was die populair met zijn vuilbekkerij en zijn grove raps bon ton op kinderfeestjes. Boefjes manager is de vrouw van Ali B. Misschien dat onze nationale knuffelmarokkaan van het onbehouwen grofgebekte Boefje een model Boef kan maken.

    (Ver)oordelen, stenen gooien dus, iemand afbreken is makkelijk. Niks zeggen, niet reageren, niets doen, weg kijken is dat ook. Niet gelijk met je oordeel klaar staan, even nadenken voor je je mond open doet, is ook niet zo moeilijk. Of toch wel?

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • Corpulente boeken lezen is in. Een tegenreactie op de korte teksten die op de sociale media usance zijn, las ik ergens. Een onthaast moment dus in deze jachtige tijd.

    Is dat wel zo vroeg ik me af, dat we anno nu weer aan de dikke pillen zijn? Neem ik mezelf als referentiepunt, dan is het antwoord ”ja”. De afgelopen maanden las ik: Zuiverheid van Jonathan Franzen (ruim zeshonderd pagina’s), Oorlog En Vrede van Tolstoi (duizend bladzijden, met kleine lettertjes) en net uit heb ik Donna Tartts Het Puttertje (925 pagina’s). Nu ben ik nooit lijvige boeken uit de weg gegaan. Eeuwen geleden werkte mijn verkering in een kinderhuis, als ze weekenddienst had dompelde ik me onder in vuistdikke romans van o.a. Jan de Hartog en Leon Uris. Twee dagen onder de pannen. Het werkte zo verslavend, dat ik mijn geliefde regelmatig hoopvol vroeg of ze weekenddienst had.

    Het schrijven van een omvangrijke roman is een vak apart. Een dik boek lezen mag geen doorworstelmissie worden, die uitmondt in het niet uitlezen van het boekwerk. De lezer moet slechts met grote tegenzin het lezen onderbreken voor zijn dagelijkse beslommeringen en voortdurend in zijn hoofd met het boek bezig zijn, als het ware wonen in het boek. Engelstalige auteurs zijn daar beter in dan Nederlandse. Misschien omdat er in de Angelsaksische landen van oudsher niet wordt neergekeken op verhalende literatuur? Het Puttertje is zo’n pageturner, aansprekende karakters, gelaagd verhaal, met vaart verteld, prachtige dialogen en ingenieus ingebouwde flashbacks. Mijn vrouw, de verkering van toen, moest me regelmatig uit het boek sleuren om me weer terug op de Ridderkerkse aarde te zetten met al zijn bedoeningen.

    Twee dikkerds liggen alweer naar me te lonken: Schorshuiden van Annie Proulx (net geen 800 pagina’s, maar wel statenbijbelformaat) en De Nix van Nathan Hill (700 bladzijden).

    Het in twee dagen zes- tot negenhonderd bladzijden lezen is voor mij al heel lang geschiedenis geworden. Maar wat is er ook op tegen om twee tot vier weken in een mooi boek te wonen?

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • Als kind zit ik op de eerste rij. Mijn vader is een verwoed amateurtoneelspeler en regisseur. Ik snap waarschijnlijk niet veel van de voorstelling, maar ik vind het prachtig. Zelf zet ik op de lagere school de eerste schreden op het toneel en even later als lid van de operetteclub van de speeltuinvereniging. Daar krijg ik de spreekrollen, want helaas zing ik vals. De hoofddwerg Grumpy in Sneeuwwitje en de koningin in Repelsteeltje. Heel klassiek allemaal.

    Op de middelbare school doe ik mee in de toneelclub, soms onder regie van een leraar en soms met een 'echte' regisseur, meestal een acteur die iets wil bijverdienen. In mijn studententijd vertalen we moderne toneelstukken die later klassiek blijken te worden en spelen die voor een zaal studenten in avondkleding die puur zitten te wachten tot het bal begint.

    Als ik oud ben ga ik weer iets aan toneel doen, fantaseer ik af en toe in de tijd die verloopt tussen studie en AOW. Ik geef me een paar keer op voor een senioren-theatercursus die niet doorgaat bij gebrek aan deelnemers. Het zit er niet meer in, denk ik. Tot begin van dit jaar, als een vriendin iets vertelt over Theaterwerkplaats Ouwe Rotten. Wat een rotnaam, vind ik, kunnen ze niets beters verzinnen. Ik ben tenslotte geen ouwe rot maar een geëmigreerde Amsterdammer.

    Er is een nieuwe groep gestart in Ommoord en daar kunnen ze nog deelnemers gebruiken. Ommoord, nou ja, voor mij niet naast de deur maar met de metro kom je tenslotte overal. Bovendien heb ik daar jaren geleden ook nog gewoond, dus wel enigszins bekend terrein. Lang verhaal kort: ik ga er gewoon naar toe en ik zie wel.

    Inmiddels hebben we twee daverende voorstellingen achter de rug, met elke keer zo'n honderd man publiek. Een theatergroep van allemaal boven-de-zestigers, twee mannen en zeven vrouwen. Een enthousiaste regisseuse– zelf nog geen senior –  en een ervaren tekstschrijfster, die het toneelstuk maakt vanuit de levenservaringen van de acteurs (wij dus). Mensen met totaal verschillende  achtergrond, die je nooit bij elkaar zou zoeken maar die allemaal 'iets met toneel' willen.

    Eerlijk gezegd moet ik er wel aan wennen. Het instuderen van een bestaand toneelstuk met een plot, met een spanningsboog en met vaste rollen is niet aan de orde. Ons toneelstuk groeit uit tot een soort ouderwetse revue met losse scènes waarin ieder verschillende rollen vervult. Mijn geheugen is niet volmaakt en ik merk dat ik veel meer moeite heb dan vroeger met het uit mijn hoofd leren van teksten en het onthouden wanneer ik aan de beurt ben. Af en toe dus de nodige twijfels of ik er wel mee door zal gaan.

    Die beslissing heb ik nog niet genomen, maar ik neig naar 'ja'. Ook al kost het me wekelijks meer dan een halve dag (heen en weer reizen meegerekend) en nog een halve dag voor mijn energie weer op peil is. Want ja, intussen ben ik wel oud geworden.

    Lees meer...
  • Haar Rotterdamse woning hangt vol schilderijen. Vrijwel allemaal gemaakt door de bewoonster zelf, Toke Mes-Labree (88). Ze geeft me een rondleiding door alle kamers en vertelt iets over elk werkstuk. Wat de schilderijen gemeen hebben, is hun kleurenrijkdom en fraaie compositie. De thema's zijn verschillend. Soms gaat het om portretten van familieleden, dan weer om mensen in allerlei situaties, poezen of stadstaferelen. Haar eerste olieverfschilderij was een impressie van Delfshaven, waar ze 3 jaar aan heeft gewerkt.
    Al op de lagere school sprongen haar tekeningen er zo uit dat ze in de klas werden opgehangen. Na de middelbare school volgde ze een opleiding tot verpleegkundige en werkte daarna 11 jaar als zodanig in het Zuiderziekenhuis.
    Na een kortdurende cursus tekenen aan de tekenschool nam ze schilderlessen bij Ton Ravesloot in Kralingen. Zijn aanwijzingen waren voor haar waardevol.
    Aanvankelijk gebruikte ze olieverf en later acryl, omdat daar sneller mee te werken valt. De laatste tijd aquarelleert ze vooral.
    Toke's creativiteit beperkt zich niet tot schilderen. Ze fotografeert veel, schrijft gedichten die ze misschien nog een keer wil uitgeven, heeft lessen in mozaïek maken gevolgd. En of dat nog niet genoeg was, nam ze enkele jaren geleden deel aan een filmworkshop, wat resulteerde in de productie "nooit te oud", dat nog op You Tube te zien is.
    Van een expositie van haar werk was het tot dusver niet gekomen. Dankzij enige steun van Pluspunt, expertisecentrum voor senioren en participatie, gaat het nu toch gebeuren. Op vrijdag 24 februari om 14.00 uur is de officiële opening van haar allereerste tentoonstelling! Die vindt plaats in verzorgingshuis De Nieuwe Plantage, in Kralingen aan de Weteringstraat 225.
    Iedereen is er van harte welkom. De werken zijn ook te koop en nog wel voor schappelijke prijzen.

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • Op de valreep nog enkele eindejaarsleestips.

    Het boek van het jaar 2016 is voor mij, met vlag en wimpel: De Bekeerlinge van Stefan Hertmans. De roman is gebaseerd op middeleeuwse documenten gevonden in een synagoge in Cairo. De dochter van een hoge Noorman, die zich in Rouen heeft gevestigd, bekeert zich tot het jodendom. Ze vlucht met haar joodse man voor haar Roomse familie naar Zuid Frankrijk. Hertmans heeft een vakantiehuisje in Monieux een dorpje in de Provence. Zijn Duitse buurman daar zette hem op het spoor van het verhaal dat zich afspeelde ten tijde van de eerste kruistocht. In hun afgelegen bergdorpje verborgen de bekeerlinge en haar gezin zich voor haar familie. Na een pogrom waarbij haar man omkomt en haar kinderen worden ontvoerd vlucht ze naar Egypte. Waar de joden niets te vrezen hadden bij de daar toen tolerante moslims! Het boek brengt je afwisselend in de twaalfde eeuw waar het de blonde joodse proseliet volgt en begin eenentwintigste eeuw waar de schrijver vertelt over zijn zoektocht naar wat er nu nog te vinden is over het verhaal van de vluchtende bekeerlinge. Hertmans reist via haar vluchtroute door Frankrijk, over de Middellandse Zee en door Egypte, maar ook vallen beide ver uit elkaar liggende eeuwen soms samen. Een prachtig geschreven en gecomponeerd boek, van een betrokken schrijver, dat leest als een trein en ook tot nadenken aanzet.

    Een dun boekje dat zeer de moeite waard is, is De Klerk Bartleby van Herman Melville. De negentiende eeuwse schrijver van Moby Dick schreef vijftig jaar eerder dan Kafka al dit Kafkaiaans verhaal. Een klerk op een advocatenkantoor weigert van lieverlede alle werk en wil het kantoorpand niet verlaten. Hij bivakkeert zelfs ‘s nachts en in de weekenden op zijn afgeschoten hoekje in het bureel. Het verhaal vertelt hoe zijn baas hier mee omgaat. Het boekje is verluchtigd met mooie illustraties van Charlotte Schrameijer.

    Ook niet echt dik is de bundel Rivieren van Martin Michael Driessen. Drie korte verhalen die zich op en om een rivier afspelen. Vooral het tweede en het derde verhaal zijn juweeltjes. In allebei twee mensen die elkaar van jongs af aan kennen en die samen een prachtig koppel zouden zijn. Maar het leven dicteert anders. Prachtige karakterschetsen. Mooie sfeertekeningen. Meesterlijk verteld. Doen me denken aan de Hollandse romans van Arthur van Schendel.

    Tenslotte van veelschrijver Jan Brokken De Gloed Van Sint-Petersburg een boek over het culturele leven toen en nu in de stad aan de Neva. Toergenjev, Rachmaninov, Brodsky, Dostojevski en vele anderen worden in korte schetsen tot leven gewekt. Voor Brokkenadepten een must. Onder zijn hoge productiviteit lijdt de kwaliteit allerminst. Het was of ik zelf door Sint-Petersburg struinde, toen ik dit boek las. Ik wil naar Sint-Petersburg, het allemaal zelf in het echie zien, voelen en meemaken.

    Een fijn kerst- en leesfeest toegewenst.

    Lees meer...
    • Reacties: 1
    • Tags:
  • Achteraf kan ik er best om lachen. 
    Herfst, regen. Ik ben onderweg naar een vergadering in een stad die ik niet ken naar een adres waar ik nog nooit geweest ben. Via de reisplanner van NS heb ik een trein uitgekozen die mij ruim op tijd naar die stad brengt. Met 9292 zoek ik uit welke bussen de kant uitgaan van het vergaderadres en ik heb de routebeschrijving uitgeprint die mij na de bushalte op dat adres zal brengen. Dat is negen minuten lopen, in mijn tempo een kwartier denk ik. Goed voorbereid dus.

    Op Rotterdam Centraal stoot ik op de eerste hindernis: seinstoring. Treinen naar mijn reisdoel rijden niet vandaag. Help, wat nu. Nadenken en een trein uitzoeken die omrijdt. Op het perron vraag ik aan een dame van NS hoe ik nu het beste op mijn bestemming kom.
    'U kunt het beste eerst naar Amsterdam gaan', zegt ze 'en daar overstappen op een trein naar Haarlem'. Dat lijkt me omslachtiger dan nodig. 'Ik kan toch ook in Leiden overstappen?' vraag ik dus. 'Ja, dat zal wel'.

    Iets later dan ik gepland heb sta ik in Haarlem op het stationsplein, maar de bus die 9292 mij aanraadde lijkt niet te bestaan. Hij komt in elk geval niet voor op het grote display met alle buslijnen. Ik neem dus een andere die naar dezelfde halte gaat. Perfect. Uitstappen en met de routebeschrijving in mijn hand ga ik op weg. In de regen. Als ik stevig doorloop kom ik best op tijd bij de vergadering.

    De eerste drie aanwijzingen van de routebeschrijving zijn redelijk te volgen. Het papier in mijn hand wordt steeds natter, in mijn zak stoppen dus. Ik moet nu doorlopen tot een bepaalde straat en daar rechtsaf slaan. Maar die straat komt niet. Ik spreek iemand aan en vraag of hij weet waar die straat is. Nee. Maar ik loop wel nog steeds op de goede weg volgens de routebeschrijving. Doorlopen dus. Kilometers verder roep ik naar een mevrouw op een fiets of zij me kan helpen. Ze leest de routebeschrijving en weet het ook niet. Een fietsende meneer verderop evenmin. In arren moede loop ik gewoon door. Daar komt eindelijk een zijstraat. Ik word al blij, maar het is niet de straat die ik in moet.

    De drie volgende zijstraten ook niet. Een man die twee hondjes uitlaat en even later weer een fietsende mevrouw hebben ook geen oplossing. Een fietsende scholier evenmin. Bij het huis waar ik aanbel om de weg te vragen wordt niet opengedaan, niemand thuis. De vergadering is allang begonnen en hier loop ik nog in een soort niemandsland, want in dit weer zijn er weinig mensen op straat.

    In gedachten zie ik mezelf lopen: een drijfnatte oudere vrouw met een wandelstok, die mensen aanklampt met de woorden 'neem me niet kwalijk, ik ben de weg kwijt, kunt u misschien …' Het valt me eigenlijk mee dat niemand de politie belt om te melden dat er een verwarde vrouw op straat loopt.

    Na anderhalf uur geef ik het op, dit heeft geen zin meer en ik ben doodmoe. Hoe kom ik terug bij het station? Ook bushaltes zijn blijkbaar schaars in dit gebied, terwijl ik wel een bus voorbij zie rijden. Een aardig meisje wijst me de weg nadat drie fietsers alleen konden zeggen dat zij nooit met de bus gaan en het dus niet weten. Drie bussen later kom ik bij het station aan. Terwijl de trein Haarlem binnenkomt krijg ik een telefoontje met de vraag waar ik blijf.
    'Ik ga net weer terug', zeg ik.
    'Zal ik je ophalen? Dan kun je nog naar de vergadering.'
    Ik moet er niet aan denken. Mijn energie is uitgeput.
    Achteraf kan ik er dus best om lachen.


    Lees meer...
  • ‘Fiets maar snel door kaaskop, want anders sla ik je dood,’ riep een pafferige Antilliaanse jongen. Het grote, meer dan mollige joch stond op het trottoir waar mijn blonde Hollands welvaren dochter langs fietste. Idioot vond ze het. Haar eerste reactie was omdraaien, afstappen en ‘Kom maar op’ tegen hem zeggen.

    ‘Joh,’ reageer ik ontzet.

    ‘Zo’n logge dikzak is een eitje voor me,’ giechelt mijn dochter, die een verdienstelijk sportbokser is. ‘Maar ik ben doorgefietst hoor.’

    We zijn het er allebei over eens dat het niet normaal is dat iemand zo iets roept. Waarom doe je dat? Komt dat door die over de top gevoerde Zwarte Pieten discussie? Is het Sylvana Simons die in haar haute couture jurken Afro-Nederlanders aanpraat dat ze zielig zijn? Hun voorouders waren in vroeger tijden slaven van de voorouders van de autochtone Nederlanders. En volgens Sylvana waait er nog steeds een koloniale geest door ons kikkerlandje. Ze dikt dat aan met populistische demagogie. Ze steekt er, net als met haar haardracht, Geert Wilders mee naar de kroon. Of is het Johan Derksen die de slavenkoningin voor aap uit maakte? Derksen de man met een pornosnor, of is het gewoon een zeiksnor? en het naïeve idee dat je de wereld kan verbeteren door alles en iedereen te schofferen en af te zeiken.

    Is er nog een uitweg voor deze volledig uit de hand gelopen heethoofdige publieke discussie waar veel mensen aan meedoen. Misschien als beide partijen de naam waarmee ze worden uitgescholden als geuzennaam aannemen. Van nu af aan zou het ene kamp dus verder moeten gaan onder de geuzennaam De Zwarte Pieten en het andere als De Kaaskoppen. Beide partijen kunnen dan het café in duiken om daar lekker met elkaar te ouwehoeren. Carnaval wordt het alternatieve Sinterklaasfeest. Verkleed als Zwarte Piet en Kaaskop met elkaar zuipen en hossen. Samen sporten kan ook helpen.

    Helaas zie ik de Sylvana’s en de Derksens van deze wereld nog niet met elkaar carnavallen of een potje badmintonnen. Je kan er op wachten dat opgefokte ruziezoekers eerdaags met elkaar op de vuist gaan.

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • ‘Ach, ach, ach,’ hoor ik een vrouw kwaad roepen bovenuit het lawaai van een gierende automotor. Ik zit op het balkon van mijn hotelkamer te lezen. Normaal kan ik me als ik lees goed afsluiten voor mijn omgeving. Zoals bijvoorbeeld voor het volle terras onder me. Maar dit is wel heel veel tumult.  

    Aan de overkant van de weg rijdt een Mini auto zachtjes achteruit. Half op de weg, half op een vrij lang parkeervak. Naast het autootje staat een kleine vrouw. Met haar rug naar me toe en de armen wijd gespreid. Ze heeft een rieten boodschappentas in haar rechterhand. In het belendende parkeervak staat een dikke BMW. ‘Sukkel,’ krijst de vrouw als het achteruitrijdende autootje de Duitse asobak toucheert. Vol gas rijdt de Mini nu schuin vooruit. Alleen het linkerachterwiel staat nog op de rijbaan. De chauffeur blijft ijzerenheinig voor zich uitkijken als hij weer achteruit rijdt en rigoureus naar de andere kant stuurt. Vlak voor de BMW stopt hij. Nu staat alleen het linkervoorwiel op de weg.

    Het is het zeventigplus echtpaar uit de kamer hiernaast. Vanmorgen verscheen de man in een onderbroek in dezelfde kleur blauw als de inhuldigingsjurk van Maxima op het balkon. Hij boog zich om de afscheiding van onze balkons heen en zei: ‘Goedemorgen buurman. Boekje aan het lezen?’ Even later hoorde ik hem zijn vrouw wakker maken. ‘Schatje wil je ontbijten?’ De vrouw gromde als een tijger. ‘Slaap nog maar lekker door hoor liefje,’ fleemde de man. ‘Zal ik je om half elf roepen?’ Het bleef doodstil. De vrouw gaf geen sjoege.

    Het autootje staat nu tussen de lijn en het trottoir. ‘Goed zo jochie,’ roept het vrouwtje. Met een vlakke hand slaat ze op het dak van het autootje. Ze is een opvallende verschijning met haar zwarte haar met een donkerpaarse gloed en witte oversized japon. Door haar paarsblauwe lippenstift, brede stoppelige peperenzoutkleurige wenkbrauwen en bleke huid lijkt het of ze zo uit een horrorfilm is gestapt.

    Hand in hand steekt het stel de weg over. Zij slingert de rieten tas heen en weer. De mini staat keurig midden in het parkeervak. Alsof hij er in één vloeiende beweging is ingedraaid. Het autootje heeft dezelfde kleur als de onderbroek van de chauffeur. Maximablauw. 

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • In mijn vakantie las ik ‘Het Tumult Van De Tijd’ van Julian Barnes. Een roman over de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj. Navoelbaar wordt in het boek de angst beschreven die midden twintigste eeuw heerste in de communistische Sovjet-heilsstaat. Mensen ‘verdwenen’ omdat ze tegenstanders, of familie of bekenden waren van vijanden van de rode partij. Of omdat ze zich niet hielden aan alle opgelegde beperkingen en leefregels die een goed socialist in acht diende te nemen. Geruchten waren al voldoende om opgepakt te worden, meestal in het holst van de nacht. Miljoenen mensen werden gemarteld. Daarna vermoord of in onmenselijke strafkampen opgeborgen. Zelfs partijvriendjes, fanatieke aanhangers en medewerkers van het totalitaire regime waren hun leven niet zeker. Er heerste een manische achterdocht jegens iedereen en alles.

    Sjostakovitsj was aanvankelijk blij met de revolutie. Hij heeft Lenin nog toegejuicht na diens terugkeer uit ballingschap. Hij werd gezien als een veelbelovende componist. Zijn muziek werd  enthousiast ontvangen. Over heel de wereld werden zijn composities uitgevoerd. Maar gaandeweg kwam de kritiek. Zijn muziek was niet positief genoeg. Pepte de socialistische massa niet op. Cultuurkameraden noemden zijn werk jazz, de verfoeide muziek uit het kapitalistische Amerika. Een opera van hem werd verboden. Kunstenaars uit zijn omgeving ‘verdwenen’. Hij werd verteerd door de angst dat zijn familie en vrienden door hem iets zou overkomen. En hij leed onder het feit dat hij geen muziek kon schrijven zoals hij het echt wilde. Op zijn tenen lopend en schipperend ontkwam hij aan ‘verdwijning’. Al wordt wel gedacht dat hij een hoge beschermer in het Kremlin had.

    Hij bleef componeren. In de Grote oorlog kwam hij zelfs weer min of meer in de gratie. Na die oorlog in de nadagen van Stalin en het daarop volgende Chroetsjov tijdperk werd Sjostakovitsj onder vileine druk met een gedwongen partijlidmaatschap (hij wilde geen lid zijn van een partij die zoveel doden op haar geweten had) het culturele Sovjet uithangbord. Zijn toespraken werden door de partij geschreven. Interviews die hij niet had gegeven werden in kranten en tijdschriften gepubliceerd. Hij ondertekende aanbevelingen en voorstellen die niet de zijne waren. Voor Sovjet begrippen leefde hij in grote weelde. Maar hij leed onder het feit dat hij om zijn beroemdheid werd misbruikt en zocht troost in de drank.

    Julian Barnes vertelt boeiend in zijn sobere schrijfstijl over het leven van Dmitri Sjostakovitsj tegen de achtergrond van die tumultueuze tijd. Zijn jeugd, liefdes, gezin, opvattingen, werk, angsten en vooral hoe Sjostakovitsj gebukt ging onder het voor hem vaststaande feit dat hij een slappeling was.

    Voor ik dit boek las wist ik weinig over Sjostakovitsj. Jan Brokken liet vorig najaar tijdens een lezing een stukje van een pianoconcert van hem horen. Ik was niet onder de indruk. Thuis op de computer beluisterde ik nog wat meer van zijn muziek. Het deprimeerde me. Sinds ik ‘Het Tumult Van De Tijd’ uit heb zet ik regelmatig muziek van hem op. Met andere oren luister ik nu. Bewuster en geconcentreerder. Er wordt met muziekinstrumenten een verhaal verteld. Heftig vaak. Angstaanjagend soms. Altijd voelbare spanning, ook in de rustige stukken. Het zijn voorwaar geen vrolijke walsjes die symfonieën en muziekstukken van Sjostakovitsj. Ik kan me voorstellen dat de oude Stalinisten dit bepaald geen opwekkende muziek voor de volksmassa vonden. Nu ik meer weet over Sjostakovitsj, begrijp ik zijn muziek beter, het pakt me zelfs.

    Een aanrader dus deze roman van de Britse topauteur Barnes. Voor Sjostakovitsj adepten. En voor hen die graag boeken lezen van schrijvers als Annejet van der Zijl, Jan Brokken en Alexander Münninghoff. Ook als het geen vakantie is.

     .

    Lees meer...
    • Reacties: 2
    • Tags:
  • In onze boekenkast staat een rijtje prentenboeken. Kleinzoon Finley, op een paar maanden na twee jaar, kijkt er graag en veel in.

     Op de crèche is hij onlangs getest. Uit het onderzoekje blijkt dat hij een grote woordenschat heeft voor zijn leeftijd. Een lyrische juf vertelt mijn dochter dat Finley zelfs het woord boekenkast kent. Hoogbegaafd denkt juf. Ze wil hem door een pedagoog laten testen.

     In een van de prentenboeken uit onze boekenkast staat een foto van een chinchilla. Finley vindt het een komisch woord. Schaterlachend probeert hij het me na te zeggen.

     Ik oefen nu met hem de perfecte uitspraak. Boekenkast en chinchilla: die pedagoog zal in Finley een Einstein in de dop vermoeden.

     

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • Tot het boekenfestijn van afgelopen januari had ik nog nooit gehoord van de schrijver Yasar Kemal. Een torenhoge stapel van zijn boek “Legende Van De Berg Ararat” lag er op de ramsjbeurs in Ahoy. Sterk afgeprijsd.  De tekst op de achterkant van het boekomslag maakte me nieuwsgierig. Ik legde het boek in mijn winkelmandje. Vijf maanden later las ik het.

    Op een dag stond er voor het huis van Ahmet een schitterend paard met een duur zadel op zijn rug. Ahmet leidde het paard ver weg van zijn huis. Maar het dier kwam terug. Nog twee keer bracht Ahmet het paard een eind weg. En steeds kwam hij weer terug. Volgens het in de streek geldend gewoonterecht mocht hij toen het paard houden. Later bleek dat het paard van de pasja was geweest. Die wilde zijn viervoeter terug. Maar Ahmet weigerde dat en verborg het paard in het gebergte. De pasja gijzelde daarop Ahmet en sloot hem op in de gevangenis van zijn kasteel. Daar leerde hij de dochter van de pasja, Gülbahar, kennen. Ze werden verliefd en wilden trouwen. De pasja gaf zijn zegen. Onder een voorwaarde: Ahmet moest eerst naar de hoogste top van de berg Ararat klimmen (de Ararat heeft twee toppen) en daar een vuur ontsteken. Ahmet stemde toe, ondanks dat er van degene die voor hem een poging waagden om die top te bereiken niemand is teruggekomen.

    In één adem las ik het boek uit. Kemal vertelt in een bondige stijl, met vaart een meeslepend verhaal. Verrassende ontwikkelingen vinden plaats, telkens als ik dacht de problemen zijn opgelost, dan was er weer een nieuw obstakel. Prachtige figuren worden ten tonele gevoerd, zoals de eerder genoemde hoofdpersonen, maar ook de oude fluitspeler Sofi, Memo de bewaker van de kerker en Hüso de smid. Tussen neus en lippen door wordt de streek waarin het verhaal speelt briljant beschreven: de imposante natuur, de kastelen, de huizen, de smidse… Afgunst, hebzucht en wreedheid, staan in dit boek tegenover trouw, eerlijkheid en opoffering.  Het boek is verluchtigd (lekker ouderwets woord) met super mooie tekeningen van de Turkse kunstenaar Abidin Dino. 

    Yasar Kemal (1923-2015) was een Turkse schrijver met een Koerdische achtergrond. Zijn verhalen spelen zich hoofdzakelijk af in het bergachtige Anatolië, dat een groot deel van het Aziatische gedeelte van Turkije beslaat. Hij was ook journalist en kwam op voor Koerdische minderheden. Zijn werk is in tientallen talen uitgegeven. Ook in het Nederlands zijn verschillende titels van hem verkrijgbaar. Zoals “Onsterfelijk Gras”, “Bittere Wraak” en “Ook De Vogels Zijn Verdwenen”.  Ik ga ze zeker lezen.

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • De bezoekers van het gemeentehuis van Ridderkerk moeten zich gedragen. Respectvol zijn naar de baliemedewerkers. Hun stem niet verheffen. Geen denigrerende opmerkingen maken over de ambtenaren. Anders zullen er passende maatregelen worden genomen. Ik lees het op het beeldscherm waarop ook de volgnummers worden getoond en het loket waar men zich moet vervoegen.

    Ik moet een nieuw paspoort en zit al een poosje te wachten. Mijn gedachten laat ik de vrije loop over wat ik zonet las op het scherm. Waarom zou je een ambtenaar die je het bloed onder de nagels vandaan haalt niet een beetje pittig van repliek mogen dienen? We hebben in Nederland toch vrijheid van meningsuiting? Sterker nog, het recht om iemand te beledigen. Premier Rutte heeft het zelf gezegd, al voegde hij er schijnheilig aan toe dat het niet zo netjes is. Tweede kamerlid en collectioneur van zilveren objecten (spaarder van zilveren beeldjes) Alexandertje Pechtold, die de populistische stijl van politiek bedrijven van Geert Wilders heeft overgenomen, wil zelfs alle wettelijke obstakels die het beledigen in de weg staan ongedaan maken. Ik mag onze koning een dansend biervat noemen, Angela Merkel een wandelende meelbaal, de Franse president een arrogant klein opneukertje, Beatrix: miss betonkapsel en de God van wie dan ook bespotten en belasteren, maar in Ridderkerk mag ik de gemeentelijke baliemedewerker op zijn lokettroontje niet uitmaken voor Jan met de korte achternaam. Ik word zelfs al geconfronteerd met passende maatregelen als ik verstoord of verbaasd kijk als zijn of haar ambtelijke mededeling me niet bevalt.

    Als ik het recht heb om “fuck de koning” te schreeuwen, waarom mag ik dan niet “fuck die baliemedewerker “ roepen? Dat is toch discriminatie? Waarom mag je wel de een beledigen en de ander niet? Of zie ik het verkeerd? Trouwens, mag ik wel “fuck de burgemeester” roepen in mijn frustratie of gewoon omdat ik het leuk vind? Of is de burgemeester van het vol gebouwde boerengat Ridderkerk niet hoog genoeg om te beledigen?  

    Ik ben netjes opgevoed en in en in keurig, toch komt nu in de wachtruimte van het gemeentehuis de gedachte bij me op om de grenzen van mijn fatsoensnormen maar eens te gaan verleggen. Het is tenslotte ook mijn recht. Beledigen. Wie dan ook. De premier heeft het zelf gezegd.

    Maar helaas ik krijg niet de kans om mijn keurige imago wat minder keurig te maken. Uiterst vriendelijk en correct word ik geholpen door de mevrouw achter de balie. Ze ziet zelfs door de vingers dat ik lach op de pasfoto (dat mag niet). Toch wil en zal ik van mijn wettelijk recht op beledigen gebruikmaken in dít gemeentehuis. Na hartelijk afscheid te hebben genomen van de lokettiste loop ik naar het midden van de hal. Daar fluister ik heel, heel zachtjes: ‘Fuck de burgemeester.’

     

    Lees meer...
    • Reacties: 2
    • Tags:

  • Elke dinsdagochtend worden in wooncomplex Oostmolensteyn aan het Oostplein activiteiten voor senioren georganiseerd. Op 5 april was er een cursus dichten in de recreatieruimte van dit complex, waar zo'n 15 deelnemers naartoe waren gekomen.
    Een cursus dichten? Is dichten niet een kwestie van inspiratie en talent? Kun je leren dichten? Dat kan, tenminste als de cursus in handen is van Carla Scheepe-Belksma, docente creatief schrijven.
    Herinneringen aan kinderliedjes was het thema dat ze voor die ochtend had uitgekozen. Als eerste opdracht moesten de  deelnemers een liedje uit hun jeugd uitkiezen. Na een korte aarzeling kwamen de deelnemers los: "Altijd is Kortjakje ziek", "Hop Marjanneke stroop in 't kanneke", "Berend Botje ging uit varen", "Slaap kindje slaap" en nog vele, vele meer. Spontaan werden de liedjes meegezongen.
    De tweede opdracht bestond uit een clusterassociatie: de deelnemers moesten op een vel papier het gekozen lied omcirkelen en met pijlen verbinden met herinneringen die ze aan het lied hadden. Het kon gaan om familie, schooltijd, vrolijkheid, vergankelijkheid of wat dan ook.
    Ten slotte volgde de laatste opdracht: het eigenlijke dichten. Onder het motto 'dichten is verdichten' verwerkten de deelnemers de opgeschreven trefwoorden in een zogeheten 'elf': een gedichtje van 11 woorden. Op de eerste regel 1 woord, op de tweede 2 woorden, op de derde 3 woorden, op de vierde 4 woorden en op de laatste weer 1 woord. Een enkel woord méér was toegestaan.
    Zo maakte iemand van het kinderliedje "Hoeperdepoep zat op de stoep" het gedicht:

    kattekwaad
    zat op de stoep
    kom vrolijk wezen
    slachthuis, vrienden, ondeugd, spelen

    vroeger

    Maar het mooiste gedicht was van een dame die spontaan uitriep: "Ik ben 95 en voel me geweldig!"
    Op dinsdag 26 april is er op hetzelfde adres weer een cursus dichten. Wie dit wil bijwonen kan zich opgeven bij Julia Teekens, e-mail: j.teekens@pluspuntrotterdam.nl of bij Pluspunt: tel. 010-4671711. Doen!

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  •  

    In de eerste helft van de jaren zestig vierde ik twee keer per jaar Koninginnedag. De eerste keer op dertig april de verjaardag van de toenmalige koningin Juliana. Wij kinderen hadden dan een papieren feesthoedje op en een oranje sjerp om. En waren gewapend met een kartonnen toeter of een fluitje met een uitrolbare slurf of, de topper, een bamboe wandelstok, daar zat met een elastiekje een balletje aan vast, waarmee je de hoedjes van je mede scholieren van hun hoofden af kon knallen. We verzamelden ’s morgens bij de school waar het volkslied uit volle borst werd gezongen en nog enkele vaderlandse liederen zoals De blanke top der duinen en Wilt heden nu treden. In optocht gingen we dan achter de plaatselijke harmonie aan naar de feestwei, waar spelletjes werden gedaan. De winnaars kregen voor die tijd prachtige prijzen. Ik won nooit. Ik was niet zo goed in zaklopen, kruiwagenparcours of met een prullenbak over je hoofd met een knuppel een aan een touwtje hangende bloempot kapot slaan. Zelfs heb ik een keer geweigerd aan zo’n spelletje mee te doen. De meneer van het Oranje-comité die het spelletje leidde en net als de meeste volwassenen een oranje strikje op de borst  droeg, was ontzet. Hij keek me aan of ik een landverrader was. De jongens van klas vijf en zes moesten met hun mond een toffee happen uit een afwasteiltje dat half gevuld was met meel. Mijn achternaam begint met een w, er waren al een twintigtal kwijlende jongens voor mij aan de beurt geweest.

    De tweede keer op 31 augustus, de geboortedag van Wilhelmina. In Pernis, waar mijn oma woonde, vierde men toen nog steeds uitbundig op de verjaardag van de oude koningin het Oranjefeest met een kermis en ’s avonds vertoonde men in de openlucht op een groot scherm films van de Dikke en de Dunne. Mijn oma en ik lachten dan om het hardst om de domme capriolen van Laurel en Hardy. Mijn kleinzoons moeten helemaal niet lachen om mijn twee komische filmhelden. Grinnikend om hun stomme van de lach gierende opa vragen ze of er een ander filmpje mag.  Het Pernisse Oranjefeest werd afgesloten met een magistraal vuurwerkspektakel.

    Nu wordt het Oranjefeest gevierd op 27 april. De verjaardag van Willem-Alexander is een logische dag. Toch is er veel voor te zeggen om een andere datum te kiezen. Koningsdag zit ingeperst tussen christelijke feestdagen, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag en de voorjaarsvakantie. Men zou bijvoorbeeld kunnen denken aan de geboortedag van Willem van Oranje. Onder zijn bezielende leiding is een aanzet gegeven tot de stichting van de vrije Republiek der verenigde Nederlanden. Coos Huijsen, auteur van diverse boeken over de band van Oranje met Nederland, suggereerde dat al eerder. Het bevordert het historisch besef over het ontstaan van onze tolerante natie begin tachtiger jaren van de zestiende eeuw en de verbondenheid van het huis Van Oranje met ons land door de eeuwen heen. Maar de Vader des Vaderlands is geboren op 24 april 1533. Dus dan houd je eerder genoemde praktische bezwaren. Balthazar Gerards vermoordde Willem de Zwijger op tien juli 1584, zijn sterfdag is dus ook geen optie, want dan zitten we midden in de zomervakantietijd.

    Ik ben daarom voor 31 augustus, de geboortedag van Wilhelmina. Zij was tenslotte in moeilijke tijden de Moeder des Vaderlands. Vanaf haar vijfde verjaardag werd, om de band van het volk met Oranje aan te halen, de eenendertigste augustus prinsessendag. Op die dag werden kinderfeesten georganiseerd. Na de dood van Willem III in1890 tot de abdicatie van Wilhelmina in 1948 was de laatste dag van augustus de Koninginnedag. En, niet onbelangrijk, volgens mijn oma is het op 31 augustus altijd mooi weer.

    Lees meer...
    • Reacties: 4
    • Tags:
  • Deze dagen veel aandacht voor mazennaaiers, goedgeklede slimmerds die soepel door de mazen van wet en regelgeving glibberen. Niet te verwarren met matennaaiers. Matennaaiers en mazennaaiers zijn diepgaand foute types. De ene soort maakt misbruik van persoonlijk vertrouwen, de andere van maatschappelijk vertrouwen en aanzien. Klassieke normen en waarden gaan daarbij door het slijk. Sommige mazennaaiers zijn ook uitstekende matennaaiers.
    In dagblad Trouw van 7 april, varend onder de Panama-papers vlag:
    ..... ook Nederlandse trustbedrijven als TMF en Intertrust .... worden gelieerd aan dubieuze betalingen rond bestuurders van wereldvoetbalbond Fifa.... Het FD en Trouw onthulden woensdag [6 april] dat trust- en belastingadvieskantoor Infintax meewerkt aan constructies waarmee geldstromen verborgen blijven voor de autoriteiten..... Er is ophef ontstaan naar aanleiding van de verhalen van politieke leiders, sporthelden en zakenmensen die hun financiën via complexe structuren hebben ondergebracht in exotische oorden als de Kaaiman Eilanden of de Britse Maagdeneilanden ....Trustkantoren hebben volgens de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) een poortwachtersfunctie: ze hebben de taak om te controleren voor wie ze bedrijven opzetten en beheren. Doen ze dat onvoldoende, dan ..... kan verduistering, corruptie, witwassen of belastingontduiking worden gefaciliteerd.
     De voorzitter van een instelling die kwaliteitskeurmerken plakt op namen van zulke Trustkantoren, André Nagelmaker, antwoordt op de vraag over de ophef en oplopende kritiek met een stukje gratuite 'maatschappelijke reflectie': ..... "Dan word ik filosofisch. Je ziet dat de ethische elite, vertegenwoordigd door de politiek en de media, de economische elite de les leest. Dat gebeurt als gevolg van de financieel-economische crisis. In zestig jaar is een praktijk ontwikkeld zonder transparantie. Nu openheid wordt verlangd, zien we hoe grote delen van de maatschappij hierin hebben gestaan: het is niet illegaal, dus ik kan het doen. Dat is een uitdrukking van de moraliteit die in een samenleving zit."
    Alsjeblieft, een man die over 'moraliteit in de samenleving' durft te spreken. Is het de brave veelverdiener ontgaan dat TRUST als zelfstandig naamwoord en zelfs als werkwoord niet anders uitgelegd kan worden dan VERTROUWEN of toevertrouwen. Je zou hem toewensen dat hij zich een volgende keer levenslang verslikt in het woord 'moraliteit'.
    Een andere term uit de Engelse taal die moeiteloos fout blijkt te gaan, is 'accountant' van het werkwoord 'to account' in de betekenis van 'verantwoording afleggen / zich verantwoorden'. Van trustbedrijven en accountantskantoren wordt door volk en vaderland verwacht dat zij als (poort)wachters onze rechtstaat beschermen tegen onrecht, oplichting en ander misbruik.
    Nog niet zo lang geleden werd bekend dat de Belastingdienst, de fiscale recherche en het Openbaar Ministerie de gemeenschappelijke onderneming van accountantskantoor KPMG met Meijon Vastgoed verdenken van miljoenenfraude en valsheid in geschrifte. De Volkskrant meldde toen dat ... KPMG verklaarde 'zeer in de maag te zitten met de affaire' waarbij maximaal 15 miljoen euro te weinig belasting zou zijn betaald. Bestuursvooizitter Jurgen van Breukelen benadrukte vooral dat KPMG niet goed en tijdig met de Belastingdienst had overlegd over de 'fiscale visie' op de bouw van het hoofdkantoor, oliedom voor een accountantsfirma.... de crisis bij KPMG is compleet. Afgelopen jaren reeg het kantoor een serie affaires en justitiële onderzoeken aaneen, onder meer rond corruptie bij bouwbedrijf Ballast Nedam....
    Het kan nog erger. Diepgaand mazennaaien gecombineerd met onmenselijk matennaaien. Het gebeurde eind 2015 in Spanje. Het dagblad El Pais meldde dat notaris Enrique Peña en advocaat Francisco Comítre werden gearresteerd op verdenking van oplichting van ruim 50 'ancianos' (= senioren). Er werden contracten opgesteld die de klanten ondertekenden in de overtuiging dat het om een hypothecaire of soortgelijk 'verpakte' leningen ging, maar door middel van schimmige clausules werden de contracten notarieel gerubriceerd als overeenkomsten van verkoop van hun woning, onder extreem nadelige condities voor de client.
    De betreffende notaris en advocaat bleken een complex netwerk van (150 !) bedrijven en vele bankrekeningen opgezet te hebben, waarmee de gelden weggesluisd werden én de handel daadwerkelijk leidde tot onteigening en huisuitzettingen in opdracht van betrokken financiële instellingen. Een twintigtal ouderen raakte dakloos; anderen werden opgevangen door familie. Vóór het uiteindelijke strafrechtelijk ingrijpen, had een deel van de slachtoffers slepende civiele rechtszaken aangespannen, die ze ten koste van nog meer geld pijnlijk verloren. Met andere woorden, was er blijkbaar een legale basis voor de verachtelijke handel: een uitgebreid en gedegen complot waarin negen bankkantoren en tien medeplichtigen, o.a. een notaris, twee kandidaat-notarissen en twee advocaten, opereerden onder de bezielende leiding van de twee hoofdverdachten. Een geval van topklasse mazennaaien.
    Wat rammelt er in het hoofd van mensen die in de gelegenheid gesteld worden zich grondig te verdiepen in regels voor een rechtvaardige samenleving (= wetten en normen), zodat zij exclusief, respectvol en tegen aanzienlijk tarief specifieke zaken onder hun hoede krijgen, om dan alles te misbruiken in dienst van eigen onrechtvaardig voordeel? Wat doen we met zulk ongedierte? Een taakstraf? Jarenlang dossiermappen met mayonaise eten in een muf kantoor, behangen met feestelijke branchkeurmerken, nietszeggende gedichten over moraliteit en vage rapporten van toezichthouders? Maken we de wereld daarmee mooier en rechtvaardiger?
    Christiaan Vos - als fiscaal-econoom en filosoof een oase in de (filosofisch) waardenvrije economische woestenij - legt in "Pleidooi voor fiscaal fatsoen" (Volkskrant, 9 april) uit dat het kwaad een paar lagen dieper in de samenleving woekert: .... de moraal van zakendoen is zichtbaar gewijzigd. Behalve de kredietcrisis van 2008 - die grote economische schade  heeft aangericht, waar we nog steeds de prijs voor betalen - heeft dit ook geresulteerd in de meeste miljardairs aller tijden..... Zijn het dan toch de miljardairs en de multinationals die de wereld runnen? [NB, de mensen en bedrijven die veelal maximaal profijt hebben van gemeenschappelijk betaalde infrastructuur, voorzieningen en leefklimaat]. De schaal waarop dit alles gebeurt, laat vooral het falen zien van de terugtrekkende overheid, waarbij de prioriteit van politici ligt bij de individuele vrijheid, ten koste van het gemeenschappelijke belang. Het wordt tijd dat staten daar een eind aan maken en hun kerntaak serieus nemen. De maatschappij moet worden beschermd...
    Tot zover heel veel duister nieuws, naast de hoop dat hier een daar een spaarlampje gaat branden.

    Lees meer...
  • Uit de TrosRadar nieuwsbrief van 15 februari: "Moet SNS een staatsbank blijven?" - Is er in Nederland behoefte aan een veilige en simpele nutsbank? Een bank die niet om kan vallen, zich alleen bezighoudt met simpele producten en zich richt op het algemeen belang? Zou dit een staatsbank moeten zijn en is SNS dan een goede optie, aangezien deze bank al in overheidshanden is?
    De uitzending is aan mij voorbijgegaan. Ik bezocht in die tijd projecten in Cambodja, gericht op revalidatie van slachtoffers - oud en jong - van militaire en politieke miskleunen op wereldniveau. Een harde werkelijkheid waar zo'n vraag kleurloos in de lucht blijft hangen. Wat in die omgeving aan landmijn-invaliden, clusterbom-gewonden, ontbladerings-mismaakten, verplegers en verzorgers rondloopt heeft andere kopzorgen en merendeels niks met banken te maken, zelfs nooit een bankrekening gehad. En dat is niet anders voor alles en iedereen die in Cambodja deelneemt aan de 'informele economie' (denk aan: miljoen eetstalletjes, schoenmakers, allerhande reparateurs, motortaxi's, tuktuk's, kleine transporteurs, e.d.). Hele dorpen en stadswijken met hardwerkende mensen die het zonder bankregels, bankkosten en pinpasrisico's doen....Kan dat?
    In een minder harde werkelijkheid, de Nederlandse, was het leven zonder bankrekening ooit de normale gang van zaken. In 1958 werkte ik als monteur-stagiare bij de Nederlandse Draad en Kabelfabriek, DRAKA, op weekloon. De zaterdag was een halve werkdag, en rond het middaguur stonden we fris gewassen in de rij voor ontvangst van het loonzakje, een envelop met biljetten en munten. Een vrolijk moment. Onder de wachtenden gingen grappen en grollen rond onder vet gelach. Een bankrekening had je voor die vrolijkheid niet nodig. Ook later met een maandsalaris bij Philips in Eindhoven, daarna met een maandelijkse wedde als dienstplichtig militair, en in 1963 weer terug in Eindhoven op de Technische Hogeschool (nu universiteit) kon ik uitstekend overweg met een leven zonder bankrekening. Na zeven soepele jaren buitenland (1968-1975) opende ik bij terugkomst in het gewassen en geschoren Nederland een rekening bij de Post en Girodienst, en het moet gezegd dat ik daar lange tijd tevreden gebruik van heb gemaakt.
    De benaming zegt - zonder opsmuk of slogan - precies wat voor diensten aan de klanten geleverd werden: behandeling van postzaken, zoals verzending en aflevering van brieven en pakketten, en de behandeling van girale geldzaken, zoals stortingen, girale transacties en het verzilveren van overmakingen. Niets meer of minder. Een voorbeeld van een gestroomlijnde nutsdienst, met dank aan ons zorgzame Vadertje Staat.
    Om een of andere politiek opgepoetste reden moest de Girodienst-tak 'opgewerkt' worden tot een echte bank, een staatsbank. De baas van deze staatsbank - Postbank - verdiende in 1988 ongeveer 200 duizend guldens (zeg, 80 duizend euro's), vijfmaal het modale inkomen in die dagen. Gezien zijn verantwoordelijkheden jegens klanten en personeel was dat, mijns inziens, volledig gerechtvaardigd. Na 1988 is van alles misgegaan. Een aantal haastige fusies maakten van de nuttige staatsbank een weinig dienstbaar aandeelhoudersobject, en de topman van de - in 2008/2009 met staatssteun overeind gehouden - ING bank zit op ruim 1,4 miljoen euro's, veertig keer het huidige modale inkomen. Zijn wij - de klanten - de bron van de bancaire grondstof er ook zoveel op vooruitgegaan? Ik geloof er niks van.
    Aan het loket bij de Post en Girodienst maakte je gesmeerd gebruik van de aangeboden diensten, plus allerlei extra's, en als er iets onduidelijk was of dreigde fout te gaan, dan loste de ervaren lokettist de problemen vakkundig op. Nu heeft Brussel (EU) bepaald dat je betaalt voor elke transactie die jezelf moet uitvoeren op je eigen computer met je eigen dure internet- en antivirus-abonnement, en in geval van een probleem (bijvoorbeeld Kenianen die je saldo plukken) krijg je een Neanderthalige computerstem of weifelende call-centerbediende aan de lijn.
    Wat is er toch zo fijn of belangrijk aan een bankrekening? Wie wordt daar echt gelukkig van? Belangrijk voor uitbetaling en gebruik van salaris of pensioen?... Voor de uitbetaling van het 'rustpensioen' in Belgie, de tegenhanger van onze AOW, is geen bankrekening nodig. Wij woonden in Belgie toen ik (in 2006) op mijn 65-ste gepensioneerd werd, en naast Nederlandse AOW ook recht op een klein Belgisch 'rustpensioen' had opgebouwd. Op de betaaldagen werd netjes aangebeld en ontving ik van de 'bode' (op fiets of motor) in een envelop het exacte bedrag in biljetten en munten. De Rijksdienst voor Pensioenen (RvP) in dat land dwingt niemand ziel en zaligheid in een statig bankgebouw te parkeren. Waarom kunnen Belgische gepensioneerden zich wél en Nederlandse gepensioneerden zich niet vrijwaren van bankkosten, bankregels en ander gelegaliseerde bankcommercie?
    Het korte antwoord is dat ze in Belgie bediend worden door de Rijksdienst voor Pensioenen - een nutsdienst, terwijl we in Nederland overgeleverd zijn aan het soort organisme dat de afgelopen jaren meermalen in de fout is gegaan: een bank-verzekeraar. Naam: Sociale Verzekeringsbank (SVB). Het lange antwoord begint met de bestudering van het waarom een recht-toe-recht-aan taak van Rijksdienst-kaliber zonodig verpakt moet worden in een opgepoetste SVB doos (?).
    Voor een bepaald slag ambitieuze en goedgelovige mensen hebben de woorden 'bank' en 'verzekering' een magische klank; heeft te maken met de magie van het geld toveren. Een verzekeraar ontvangt geld voor een gebeurtenis die mogelijk, maar meestal niet optreedt, en maakt de meeste tijd dus geld uit niets. De tovertruc waarmee banken geld uit niets maken, is voor een beetje kritische toeschouwer snel doorzien bij een gemiddelde hypotheek-act. Omringd door schitterend uitgedoste tovenaarsleerlingen (adviseurs, notarissen en makelaars) smijt de bancaire dompteur met een geroutineerd sierlijk gebaar een stapel formulieren op het fraaie eikenhouten bureau. Prevelt personalia, de kadastergegevens van het onderpand, verwijzingen naar algemene leningsvoorwaarden en enige snelle accenten in de bijzondere voorwaarden, waardoor je gehypnotiseerd een handtekening zet bij alle kruisjes. En, ... voilá, een paar ton uit de hogehoed! Jij betaalt voor de rest van je werkend bestaan aflossingen en de helft van de rente; voor de resterende rentehelft draaien andere belastingbetalers op. En zolang er betalingen uitstaan, is het bancaire circus eigenaar van je huis. Achter de coulissen wacht de wooncorporatie of oude huiseigenaar in spanning af. Zij krijgen na aftrek van kosten een stukje overwaarde en de rest van het papieren kapitaal gaat virtueel rondzingen door verrekening en vereffening in het schulden-en-leningen netwerk. De EU toezichthouder eist 8 tot 10 procent werkelijke kapitaalbuffer bij de kassa van het rondtrekkend gezelschap. Zo wordt in het algemeen ter plekke een dikke 75 procent van de hypotheekwaarde aan geld uit niets getoverd. Daar komt op termijn een boel meer bij....
    Behoorlijk indrukwekkende performance, toch? Maar echt indrukwekkend is het geslepen samenspel van de nationale politiek en de bank-verzekeraars sector. Dat wil zeggen, in het rare landje dat Nederland heet en door foute oliesjeiks, 'mondiale spelers' (Apple, Google, ..) en mondiaal aanbeden rockers gebruikt wordt als belastingparadijs. In weinig andere landen is het hypotheek-toveren zo en zolang al in de mode als hier. Komt door het heerlijke gevoel dat die vette hypotheekrente je topsalaris net buiten de hogere belastingbox houdt, waardoor als het ware de helft opgehoest moet worden door de rest van Nederland, inclusief huurders en andere politiek gemarginaliseerden.
    Reken je rijk, maar niet heus! Reken eens uit wat de hypotheekverstrekker opstrijkt in de loop van je schuldenaarsbestaan. In het gunstige geval van een annuiteitenhypotheek over 30 jaren en een realistische (nog niet EU-centraal gemanipuleerde) rente van 5 a 6 procent, gaat ruim tweemaal en soms driemaal het kapitaal in ECHT geld naar de bank. Geld scheppen, heet dat. Het gaat hier met enorme bakken. En dat vindt de regering leuk, want het staat goed op je economische rapporten, die internationale en EU monetaire bobo's uitdelen. En zo'n bobo-positie na je ministerschap is een mooi binnenrollertje.
    Het slechte nieuws is dat we op deze manier vastzitten aan een volksvertegenwoordiging die wij verdienen (= tegen je buur zeggen dat de belasting meebetaalt aan je huis) en dat daardoor machten en krachten in het spel zijn die elk protest of geringste tegenactie met gemak platwalsen. Het goede nieuws is dat vanuit een bloeddoorlopen publiekelijke verontwaardiging toch een tegenactie op gang komt, met kans van slagen: het toekomstige volksfront onder leiding van de stichting ONS GELD.
    Op 15 maart werd op initiatief van die stichting het nu nog zittende kabinet aan de tand gevoeld door het parlement, dat heel misschien heel even los van alle lobbyclubs als echte volksvertegenwoordiging de degelijke voorstellen richting hervorming van geldcreatie zou omarmen. In het kort komt de hervorming neer op een of enkele vormen van geldcreatie onder verantwoordelijkheid van de overheid, dus niet meer in handen van de nauwelijks (nationaal) controleerbare bancaire sector.
    Ik weet niet hoe die parlementaire zitting is verlopen. of, wat de uitslag is. De dag zelf was ik nog in Cambodja, zonder internetfaciliteiten. De dag erna, door de zware (vooral in bureaucratisch opzicht) grensovergang naar Thailand ook geen tijd en energie om dat na te zoeken. Maar tijdens het vele onzekere wachten op vervolgtransport bij stoffige stalletjes, raakte ik in gesprek met een vrolijke Nederlander, die eerst Commerciële Economie op HBO-niveau studeerde en daarna zo goed als op eigen kosten een soort Bedrijfskunde op de VU (Amsterdam). Hij leefde nu een werkelijk vrolijk leven, hier en daar voor een tijdje op de mooiste plekken van de wereld, met als enige zakelijke voorwaarde: een rete-goede internetverbinding. Want geld verdiende hij als pokerspeler op internationale poker-sites. Nog na-vibrerend van spirituele ervaringen door tempelbezichtiging en indringende massages, zie ik dit als een teken van grootse wereldverandering: hoogopgeleide economen en bedrijfskundigen die de banken de rug toe keren en zelf geld scheppen door waarlijk bluffen en zuigen.

    Lees meer...
  • Ik zag ze eerst nog niet eens. Zeker ’s morgens vroeg niet als ik met mijn duffe kop het zakje groene thee in een mok heet water dompelde. Pickwick heeft op de labeltjes van die zakjes vragen afgedrukt. In rode letters. De vragen zijn verzonnen door theedrinkers. De klanten dus. Het is de bedoeling dat er aan de theetafel een verrassend gesprek over die vragen ontstaat.  Vragen zoals: -Wat staat er nog op jouw bucketlist? –Waar in de wereld zou je heen willen? –koffie of thee? –Wat is de grootste gok die jij ooit hebt genomen? –Wat zou jij doen als je onzichtbaar was?

    Je moet wel gespeend zijn van iedere creativiteit om een gespreksonderwerp te vinden, als je van deze topics gebruik wil maken. Ik negeer de rode lettertjes. Maar door mijn wimpers glipt per ongeluk nogal eens zo’n topic. –Als je een dag een dier zou willen zijn, welk dier is dat? –Als je een glazen bol had, wat zou je daar graag in willen zien? Het is dat ik Pickwick thee boven alle andere theemerken prefereer, ik zou ze anders zonder pardon inruilen voor een merk zonder onzinleuterlabels.

    Normaal parkeer ik zo’n ongewild gelezen theevraag in mijn achterhoofd en negeer hem verder. Tot mijn brein geheel onvrijwillig de vraag oppikte: -Zit je liever in de gevangenis of ben je liever dakloos? Nou, die vraag kwam binnen. Deze topic bleef maar door mijn hoofd spoken. In gedachten zette ik alle voors en tegens van beide mogelijkheden tegen elkaar af. Ik betrapte me er zelfs op dat ik een collega vroeg wat zijn voorkeur had: het gevang in of dakloos worden. Onder het avondeten besprak ik het ook nog eens met mijn vrouw. Zij dacht dat de gevangenis ideaal is voor een man als ik. Heel de dag lezen en schrijven in die cel. Wat had ik nog meer te wensen? ‘Daar staat tegenover,’ voerde ik daar tegenaan, ‘dat  je als dakloze op straat meer inspiratie opdoet voor je verhalen dan als gevangene alleen in een cel.’

    Ondertussen heb ik wel een forse Pickwicktopicfobie opgelopen. Mijn angst is dat ik nog eens tegen een theevraag zal aanlopen die weer dagenlang mijn gedachten beheerst en me mijn werk en andere belangrijke zaken zal doen verwaarlozen. Erger nog dat ik zo’n tea topic als inspiratie bron voor mijn stukkies ga gebruiken. Hoe diep kan een columnist zinken. ‘Drink dan geen Pickwick meer,’ krijg ik van diverse kanten te horen. Makkelijk gezegd als je niet net als ik draait op groene Pickwick thee zoals een dikke pooiercar op diesel.

    Lees meer...
    • Reacties: 0
    • Tags:
  • Het nieuwe Museum Rotterdam is best interessant, maar om in het historische gedeelte te komen moet je wel recht van lijf en leden zijn. Als je een trap zonder leuning niet vrolijk kunt op- of aflopen omdat je je nergens aan kunt vasthouden, dan ben je beneden snel uitgekeken.
    Ontwerpers zijn vaak jonge enthousiaste of bevlogen mensen, die vormgeving het allerbelangrijkste vinden. Zij weten niet - of houden daar gewoon geen rekening mee - dat de lezers van een tijdschrift of de bezoekers van een museum niet allemaal rond de dertig zijn, zoals zijzelf.
    De meeste museumbezoekers horen niet tot de jongste generatie, zie ik regelmatig op de tramhalte bij het Museumpark. In het Museum Rotterdam lopen tijdens mijn bezoek zo'n 50% senioren en 50% schoolkinderen. Die hebben lekker veel ruimte om rond te hollen. Voor de senioren zie ik op de begane grond geen zitplaatsen, maar boven gelukkig wel. Met koptelefoons ook nog, zodat je rustig kunt luisteren naar de verhalen die verteld worden.
    Ik werk me moeizaam naar boven op een trap zonder leuning, me vasthoudend aan de muur. Maar hoe kom ik naar beneden als die trap een bijna onoverkomelijke hindernis is? Op handen en voeten is een mogelijkheid, maar dat doe ik niet snel in het openbaar.
    De mevrouw die achter de balie staat roept me toe: 'u kunt ook met de lift hoor!' als ze me ziet twijfelen met mijn wandelstok. Ik kijk inderdaad rond naar een lift. Dat blijkt een soort wit open hokje te zijn, voor een rolstoel denk ik. De baliemevrouw drukt op de knopjes, maar er gebeurt niets. Een meneer in een soort uniform (bewaker? portier?) komt ons te hulp. Maar nee, de lift blijft waar hij is. Me vastklampend aan een soort glazen wandje kom ik uiteindelijk veilig de trap af.
    'Ja, we hebben hier al meer opmerkingen over gekregen', zegt de baliemevrouw. En ik vraag me af hoe het komt dat er in dat splinternieuwe museum wel veel geld en creativiteit is gestopt, maar dat niemand heeft bedacht dat oudere mensen soms moeizaam lopen of problemen hebben met hun evenwicht. En dat een trapleuning dan een handige en goedkope oplossing is.

    Lees meer...
RSS
Email me when there are new items –